Deprecated: Creation of dynamic property Acf_Field_Google_Fonts::$font_family is deprecated in /www/auxilionl_446/public/wp-content/themes/stuurlui/functions/acf/class-acf-field-google-font-selector.php on line 42
Actualiteit Archieven - Auxilio

Reanimatie redt levens: een opfriscursus

Misschien heb je weleens een reanimatiecursus gevolgd of zelfs een reanimatie meegemaakt. Een ding is zeker, het kan levens redden. Als zorgprofessional is het nodig om eens in de 2 jaar een herhalingscursus te volgen na de initiële eerste reanimatiecursus. Hieronder een kort overzicht zodat je ook in de tussentijd je kennis even kan opfrissen.

Allereerst is het belangrijk om te weten dat de eerste 6 minuten bij een circulatiestilstand het meest cruciaal zijn. Als je binnen de 6 minuten start met de reanimatie, eventueel met een AED, dan is de overlevingskans het grootst.
Daarnaast is het handig om te weten bij welke circulatiestilstanden het nut heeft om een schok toe te dienen met behulp van een AED (Automatische Externe Defibrillator). Het gaat om ventrikelfibrilleren en ventrikeltachycardie. Je kan aan de persoon natuurlijk niet zien om wat voor probleem het gaat. Gelukkig kan een AED het soort ritme detecteren. Indien het inderdaad om een van bovenstaande circulatiestoornissen gaat geeft het apparaat dit aan, waarna een schok kan worden toegediend.

Als laatste een overzicht van de stappen die je doorloopt bij een reanimatie:

1. Kijk of de omgeving waarin jij en het slachtoffer zich bevinden veilig is.
Als dit nog niet zo is, probeer dan een veilige omgeving te creëren. Laat omstanders bijvoorbeeld het verkeer omleiden.
2. Controleer het bewustzijn van het slachtoffer.
Schud aan de schouders en vraag duidelijk ‘Gaat het?’
3. Als er geen reactie komt is het nodig om 112 te bellen.
Laat dit eventueel door een omstander doen. Hou de telefoon op speaker en bij jou in de buurt. Als er meer mensen aanwezig zijn kan je ook iemand vragen om een AED te halen.
4. Het is nodig om de ademhaling te controleren.
Dit doe je door de luchtweg te openen met behulp van de Head tilt-Chin lift. Kijk, luister en voel 10 seconden naar een normale ademhaling. Een volwassen persoon ademt ongeveer 12 tot 16 keer per minuut. In die 10 seconden zou het dus om 2 of 3 ademhalingen gaan.
5. Als je geen normale ademhaling hebt, start je met de reanimatie.
Dit geef je ook door aan 112. Je start met 30 borstcompressies gevolgd door 2 beademingen. Blijf dit herhalen! Reanimeren is erg inspannend. Wissel indien mogelijk af met andere personen.
6. Als er een AED is gehaald sluit je die zo snel mogelijk aan.
Vanaf dat moment kun je de aanwijzingen van het apparaat volgen.
7. Ga door totdat de ambulance er is.

Voor meer informatie en een aantal filmpjes verwijs ik je graag naar de website van de Nederlandse Reanimatie Raad.

We worden zwaarder

In mei heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een rapport gepresenteerd over overgewicht. En dat ziet er helaas niet echt rooskleurig uit. Bijna zes op de tien volwassenen in Europa hebben overgewicht of obesitas. Eigenlijk is alleen in de Verenigde Staten dit probleem groter. Ook bij kinderen zie je de problematiek groeien. Bijna een op de drie kinderen is inmiddels zwaarlijvig.

In 2020 had ongeveer de helft van de volwassenen in Nederland overgewicht. In vergelijking met 40 jaar geleden is dit enorm toegenomen. In de jaren 80 had zo’n 33 procent van de volwassenen een vorm van overgewicht. Tussen 2015-2020 was het aantal redelijk stabiel.

Helaas heeft de coronapandemie ook bij dit onderwerp roet in het eten gegooid. De groep mensen met obesitas is tijdens de corona-periode minder gaan bewegen en ongezonder gaan eten. Al met al heeft dit probleem gevolgen voor de algehele volksgezondheid. Mensen met overgewicht hebben onder andere een grotere kans op het ontwikkelen van:

hart- en vaatziekten;
diabetes;
kanker;
en luchtwegaandoeningen.
Hierdoor is er meer zorg nodig en gaan dus ook de zorgkosten omhoog. Dat het een ernstig probleem is komt ook naar voren in de sterftecijfers. Naar schatting overlijden er in Europa elk jaar 1,2 miljoen mensen door de gevolgen van overgewicht en obesitas.

Het is belangrijk om gezond te eten en voldoende te bewegen. Probeer je aan de schijf van vijf te houden. Zo weet je zeker dat je een gezond en volwaardig eetpatroon volgt. Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Mocht je er zelf niet uitkomen, dan kan de huisarts of diëtist je mogelijk verder helpen.

Bronnen:

Bronnen 1. WHO: Bijna 6 op de 10 volwassen Europeanen hebben overgewicht of obesitas | NU.nl
Meer volwassenen met ernstig overgewicht tevreden met gewicht (cbs.nl)
Overgewicht | Voedingscentrum

‘HELLP, ik ben zwanger en heb een hoge bloeddruk’

Tijdens de zwangerschap kan een vrouw een hoge bloeddruk ontwikkelen. De verschillende vormen worden hieronder uitgelegd.

Zwangerschapshypertensie

Hierbij is er een systolische bloeddruk >140 of een diastolische bloeddruk >90 mmHg die is ontstaat na de 20e week van de zwangerschap. Er zijn nog geen tekenen van eiwitten in de urine of orgaanschade. De hypertensie is meestal asymptomatisch. Soms krijgen vrouwen hoofdpijn of hebben ze vocht in de enkels. Als behandeling is het belangrijk om de bloeddruk regelmatig te controleren. Bij een ernstige hypertensie >160 systolisch of 110 mmHg diastolisch zijn bloeddrukverlagers nodig.

Pre-eclampsie

Bij pre-eclampsie is er ook sprake van een bloeddruk >140/90 mmHg die is ontstaat na de 20e week van de zwangerschap. Het verschil t.o.v. zwangerschapshypertensie is, is dat hierbij wel sprake is van eiwitten in de urine en mogelijk tekenen van orgaan falen. Het ontstaat door een systemische inflammatie en endotheeldisfunctie. De patiënte wordt opgenomen en de bloeddruk wordt regelmatig gecontroleerd. Ook zijn er bloeddrukverlagers nodig. Er vindt een inleiding van de bevalling plaats bij een zwangerschap van 36-37 weken of bij klinische achteruitgang.
Indien er convulsies aanwezig zijn wordt het eclampsie genoemd.

HELLP

Hemolysis, elevated liver enzymes and low platelet count (HELLP) ontstaat door een afwijkende ontwikkeling en functie van de placenta. Er is ontsteking van de lever en het stollingssysteem wordt geactiveerd. De leverwaarden zoals ASAT en ALAT zijn verhoogd, terwijl het Hb en de trombocyten zijn verlaagd. De symptomen bestaan onder andere uit pijn in de rechter bovenbuik, ascites, braken, geelzucht, misselijkheid, hoofdpijn, en visusstoornissen. De klachten komen vaak in aanvallen, die vooral in de nacht aanwezig zijn. Als behandeling wordt er intraveneus magnesiumsulfaat toegediend. Ook kan er een trombocytentransfusie of vroegtijdige bevalling nodig zijn.

Wachten, wachten en nog eens wachten…

Stel, je hebt last van je knie en wil naar de huisarts. Dan kun je daar dezelfde week terecht, meestal zelfs binnen een dag. Naar aanleiding van je verhaal denkt de huisarts dat er toch echt wel iets aan de hand is. Er volgt een doorverwijzing naar de orthopedie. En dan begint dus het wachten..

Het is bij de meeste mensen bekend dat je gemiddeld een aantal weken moet wachten totdat je eindelijk je afspraak hebt. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderscheidt drie soorten wachttijden. De wachttijden bij de poliklinieken, de wachttijden voor diagnostiek en de wachttijden voor de behandelingen. De NZa vraagt ziekenhuizen hoe lang een patiënt moet wachten en maakt aan de hand daarvan een berekening voor de gemiddelde tijd. Op meerdere websites kun je zien hoe lang dit ongeveer is. Het kan flink verschillen per ziekenhuis, per afdeling en zelfs per arts.
Om de wachttijden binnen de perken te houden, is er een norm opgesteld waar ziekenhuizen aan moeten voldoen. Dit wordt de Treeknorm genoemd. Iemand moet binnen 4 weken gezien worden op de poli of voor diagnostiek. Een behandeling mag maximaal 7 weken wachttijd hebben.  Door corona zijn de wachttijden helaas flink opgelopen en is de norm in veel gevallen niet te behalen.

Terugkomend op de knieklachten. Op het moment van schrijven duurt het gemiddeld 20 dagen voordat je daadwerkelijk in de spreekkamer zit om je klacht met de orthopeed te bespreken. De arts wil graag een MRI aanvragen. Hier moet je gemiddeld 23 dagen op wachten. Er blijkt helaas sprake te zijn van meniscusletsel. Er is een operatieve behandeling nodig. Oftewel je moet nog eens 56 dagen wachten. Al met al ben je een kleine 100 dagen verder voordat je aan je revalidatieproces kan beginnen. En daar zijn natuurlijk ook weer wachtlijsten voor…
Hopelijk gaan de wachttijden de komende periode weer meer richting de norm nu corona wat meer naar de achtergrond verdwijnt.

‘Wat een jeuk’

De afgelopen maanden gaat scabiës, beter bekend als schurft, steeds meer rond. Vooral in studentenhuizen lijkt er een stijging zichtbaar. Dat komt waarschijnlijk doordat mensen daar dicht op elkaar leven. Schurft is een huidaandoening die zich kenmerkt door rode uitslag en ernstige jeuk. De klachten zijn vooral ’s nachts aanwezig. De jeuk wordt veroorzaakt door schurftmijten. De beestjes maken kleine gangetjes aan de oppervlakte van de huid. Hierin leggen ze eitjes waar weer nieuwe mijten uit voortkomen. Deze gangetjes zijn soms ook zichtbaar. De rode bultjes zijn vooral zichtbaar tussen de vingers en op de enkels en polsen, maar kunnen eigenlijk op het gehele lichaam voorkomen.

Schurft is erg besmettelijk. De overdracht vindt plaats via huidcontact of via besmet beddengoed of kleding. Na ongeveer twee tot zes weken ontstaan de klachten. Toch komen patiënten vaak laat bij de huisarts. Ze schamen zich om de diagnose te krijgen.
Om de jeuk te verlichten vinden veel patiënten het fijn om koud te douchen. Als er officieel scabiës is vastgesteld, zijn er twee behandelopties. Er kan een crème op het gehele lichaam worden gesmeerd op dag 1 en dag 7 na de diagnose. Daarnaast kunnen er pillen worden geslikt.  De behandelingen werken beiden even goed. Het voordeel van de crème is, is dat deze wordt vergoed.
Daarnaast moeten ook de overige leden van het huishouden worden meebehandeld. Dit om te voorkomen dat de aandoening zich verder kan verspreiden. Zorg ook dat al het beddengoed en de gedragen kleding op 60 graden worden gewassen. Hierdoor gaan de mijten dood.
En onthoud vooral: als je denkt, ‘ik kan weleens schurft hebben’, ga naar de huisarts. Hoe sneller je wordt behandeld, hoe milder de klachten.

Bloed- en plasmadonoren gezocht!

Er is een groot tekort aan bloed- en plasmadonoren. Maar 2 op de honderd Nederlanders doneert bloed. En het aantal plasmadonoren is nog lager. Toch is het doneren van deze producten erg belangrijk. Drie redenen waarom jij donor moet worden (of blijven).

1.Jouw gedoneerde bloed kan levens redden! Het bloed wordt gebruikt voor iemand die door een auto-ongeluk veel bloed is verloren. Of voor bloedtransfusies voor kankerpatiënten. Daarnaast kan het ook gebruikt worden voor een patiënt die tijdens een operatie opeens veel bloed verliest. Oftewel, bij zowel acuut als chronisch zieke patiënten kan een transfusie het verschil maken. Daarnaast wordt het bloed gebruikt voor onderzoek, bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van medicatie.
2.Het doneren kost maar een paar uur per jaar. Mannen kunnen tot wel 5 keer per jaar bloed doneren. Voor vrouwen geldt een maximum van 3 keer per jaar, omdat zij minder ijzer in hun bloed hebben. Daarnaast duurt het doneren zelf in totaal ook maar een uurtje. Er worden wat vragen gesteld, je bloeddruk wordt gecontroleerd en na afloop eet en drink je even iets. Het bloed afnemen duurt ongeveer 10 minuten.
3.Altijd al willen weten welke bloedgroep je hebt? Tijdens jouw eerste afspraak wordt er een buisje bloed afgenomen om dit te onderzoeken. Er zijn 8 bloedgroepen belangrijk bij bloedtransfusies, terwijl er wel honderden verschillende bloedgroepen zijn. De belangrijkste zijn A+, A–, AB+, AB–, O+, O–, B+, B–. De meest voorkomende bloedgroep in Nederland is O+, die komt bij 38,2% voor. De minst voorkomende bloedgroep is AB– aangezien maar 0,5% van de Nederlanders deze bloedgroep heeft.

Dit is natuurlijk maar een kleine greep uit de redenen om donor te worden. Voor meer informatie en een online donatiecheck verwijs ik je graag naar de website van Sanquin, de organisatie verantwoordelijk voor de donaties.

Proefonderzoek naar vroege opsporing longkanker

In Nederland krijgen jaarlijks ruim 14.000 mensen de diagnose longkanker. Helaas is de overlevingskans laag, zo’n 19% van de patiënten leeft 5 jaar later nog. De klachten, zoals lange tijd veel hoesten, pijn bij inademen en benauwd zijn, ontstaan pas laat tijdens de ziekte. Hierdoor duurt het lang voordat de diagnose wordt gesteld. En start de behandeling vaak als de kanker zich al een eind heeft ontwikkeld en misschien zelfs al wel verspreid is.

Om de ziekte vroegtijdig op te sporen is er een nieuwe vorm van onderzoek nodig. De komende maanden krijgen ongeveer 400000 Nederlanders een uitnodiging om mee te doen aan een onderzoek naar de vroege opsporing van longkanker. Het is bedoeld voor mensen in de leeftijd tussen de 60 en 79 jaar die in het verleden hebben gerookt of al langere tijd roken.

Het doel van de studie is om een bevolkingsonderzoek op te starten. Door vroege opsporing kan de sterfte met wel 25% omlaag gebracht worden bij rokers en ex-rokers. Om de diagnose te stellen is een CT-scan een goed diagnostisch onderzoek. Het is belangrijk om te weten hoe vaak een CT-scan nodig is voor een bevolkingsonderzoek. Vaak genoeg om de ziekte vaker vroegtijdig op te sporen, maar zo min mogelijk om de hoeveelheid straling binnen de perken te houden.
Een ander onderdeel van het onderzoek is om te bepalen hoe ze mensen die het grootste risico op longkanker lopen het beste kunnen bereiken. In totaal worden er 26.000 (voormalige) rokers gezocht. Door het invullen van een vragenlijst wordt bepaald of iemand geschikt is om deel te nemen. De mensen die als eerste een uitnodiging krijgen wonen in de regio Amsterdam

Het Erasmus MC neemt in Nederland de leiding bij het onderzoek. Maar ook landen als Duitsland en Frankrijk voeren het uit. En niet geheel onbelangrijk, de Nederlandse Gezondheidsraad is het eens met het onderzoek. Vorig jaar gaven zij al een positief advies over de studie naar een mogelijk bevolkingsonderzoek.

Een nieuwe manier van gegevens uitwisselen

De afgelopen twee jaar heb ik tijdens de zomerperiode als helpende/verzorgende in de thuiszorg gewerkt. Omdat ik extra praktische ervaring wilde opdoen, leek mij dit een goede optie. En wat bijverdienen is ook niet verkeerd. Vandaag krijg je een kijkje in hoe zo’n werkdag er ongeveer uit zag.

De wekker ging rond een uur of zes, even ontbijten en dan hup op de fiets. Om zeven uur moest ik mij altijd melden op kantoor. De eerste week was dat tijdstip even wennen, want college begon nooit voor negen uur ‘s ochtends. Eenmaal op kantoor besprak ik mijn route met mijn collega’s en daarna ging ik snel aan de slag. Op de elektrische fiets van huis naar huis. Gemiddeld stonden er 12 cliënten op mijn route, best doorwerken dus.
Mijn eerste cliënt was altijd een man die de deur al voor mij open had staan. Even zijn steunkousen aantrekken en ook zijn dag kon beginnen. Tip voor het aantrekken van steunkousen: neem zelf tuinhandschoenen mee, zo heb je meer grip bij het aantrekken.

Hulp bieden bij het wassen of douchen was ook dagelijkse bezigheid. In het begin is het een beetje aftasten wat iemand wel of niet zelf kan. Over het algemeen zijn ze mondig genoeg om het je te vertellen. Simpele wondverzorging en het spuiten van insuline behoorden op een gegeven moment ook tot mijn taken.

Ik merkte al snel dat de ouderen meestal behoefte hadden aan een praatje. Simpele vragen als ‘hoe was uw nacht?’ of ‘wat zijn de plannen voor vandaag?’ zorgden vaak voor een langer verhaal. Hoe vaker je bij iemand kwam, hoe meer ze je gingen vertellen. De verhalen over vroeger vond ik zelf altijd het leukste. Je krijgt ook vaak genoeg een kopje koffie of wat lekkers aangeboden. Helaas is daar de tijd niet altijd voor.

Mijn werkdag eindigde meestal rond 11 à 12 uur, afhankelijk van de route. Hierdoor kon ik ’s middags van het lekkere weer genieten en nog activiteiten plannen. Een prima combinatie voor je zomervakantie dus!

Zijn varkens de oplossing voor het organentekort?

7 januari 2022 is een belangrijke dag voor de medische transplantatiewereld. Dit is namelijk de dag dat er voor het eerst een varkenshart in een mens is getransplanteerd. De patiënt is een 57-jarige Amerikaanse man die bekend is met hartfalen en aritmieën. Vanwege zijn slechte medische conditie stond hij op de wachtlijst voor een menselijk donorhart. Echter is deze lijst zo lang dat dit geen optie meer was. Daarom ging hij akkoord met de experimentele plaatsing van het varkenshart.

Het ontvangen van dierlijk materiaal wordt ook wel xenotransplantatie genoemd. Sinds de jaren ‘60 wordt daarmee geëxperimenteerd. Neem bijvoorbeeld patiënten met aortaklepstenose. Hun hartklep wordt vervangen voor een kunsthartklep afkomstig van een varken.
Het probleem bij het plaatsen van dierlijk materiaal is de grote kans op afstoting. Bij varkens komt dit door de suikerhoudende eiwitten op hun bloedvaten. Mensen hebben deze specifieke eiwitten niet waardoor ons lichaam antistoffen gaat aanmaken, oftewel de afstotingsreactie komt op gang.
Het getransplanteerde varkenshart is zodanig veranderd dat de kans op afstoting kleiner is gemaakt. Hierbij zijn 10 genen betrokken waarvan er een aantal genen zij gedeactiveerd of verwijderd. Ook zijn er zes menselijke genen toegevoegd die zouden zorgen voor een betere acceptatie van het varkenshart. Daarnaast is innemen van een hoge dosis immunosuppressiva noodzakelijk.

Het gebruik van dierlijke organen kan een mogelijke oplossing zijn voor het grote tekort aan donororganen. In 2020 stonden er alleen al in Nederland 133 mensen op de wachtlijst voor een donorhart. Slechts 40 van hen ontvingen een hart binnen dat jaar.

Op het moment van schrijven zijn we twee maanden verder. Er is nog geen update verschenen over deze casus. De mogelijkheid bestaat dus dat de patiënt nog leeft en dat het goed gaat. De komende periode is het dus afwachten. Dit type transplantatie staat nog in de kinderschoenen maar biedt wel perspectief voor de toekomst. Misschien zijn varkensharten wel dé oplossing voor het oplopende tekort aan organen!

Oplopende wachtlijsten GGZ

Je hebt het vast weleens in het nieuws gelezen, de lange wachttijden bij de GGZ. Het lijkt de laatste jaren een steeds groter probleem te worden. Corona heeft daar duidelijk op een negatieve
manier aan bijgedragen. Maar hoe lang zijn die wachtlijsten nou eigenlijk?

Een aantal maanden geleden werd er door de voorzitter van de Nederlandse ggz aan de bel getrokken. Op dit moment zijn er ongeveer 30000 mensen langer aan het wachten op psychische hulp dan officieel is toegestaan. De vraag neemt toe, maar het aanbod aan hulp blijft gelijk of daalt zelfs. Er is een groot tekort aan werknemers binnen de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast is het verzuim groot en zijn medewerkers regelmatig langdurig ziek.

Voordat corona een rol begon te spelen, waren er verschillende initiatieven gestart om het probleem op te lossen. Maar door de pandemie lukt dit niet meer zonder hulp van andere instanties of de regering.

NOS op 3 heeft een overzichtelijke website gemaakt waarin het probleem door middel van animaties erg duidelijk wordt geschetst. Je doorloopt de route naar een ggz-aanbieder waarbij je begint bij je huisarts. Je wordt al snel doorgestuurd naar de praktijkondersteuner ggz. Twee weken later heb je dat gesprek erop zitten en wordt je weer doorverwezen. Dit maal naar een specialist in een ggz-kliniek. En dan begint helaas pas het echte wachten. De wachttijd voor een basis-GGZ afspraak duurt op dit moment gemiddeld 70 dagen. Is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis, dan duurt het gemiddeld zelfs 126 dagen…

Hopelijk gaan de betrokken instanties binnenkort weer om de tafel, want we hebben nu wel lang genoeg gewacht.